Showing posts with label translated. Show all posts
Showing posts with label translated. Show all posts

Friday, 19 November 2010

Wisława Szymborska - De brieven van de doden

De brieven van de doden lezen we als hulpeloze goden,
goden niettemin - omdat wij van later datum zijn.
Wij weten welk geld niet werd teruggegeven.
Met wie de weduwen overhaast in het huwelijk traden.
Arme doden, blind geslagen doden,
steeds bedrogen, falend, stuntelig in hun zorgzaamheid.
We zien het gegrijns en de tekens achter hun rug.
En onze oren horen het geristel van verscheurde testamenten.
Komisch zitten ze voor ons, als op beboterde broodjes,
of rennen als bezeten om hun afgewaaide hoed te vangen.
Hun slechte smaak, Napoleon, elektriciteit en stoom,
hun dodelijke kuren voor geneeslijke ziekten,
hun dwaze Apocalyps naar Johannes,
hun valse paradijs op aarde naa Jean-Jacques...
Zwijgend observeren we hun pionnnen op het schaakbord,
zij het dat ze nu drie velden verder staan.
Al wat zij voorzagen, is heel anders uitgevallen,
of een beetje anders en dus ook heel anders.
De vurigsten van hen zien ons vol vertrouwen in de ogen:
uit hun berekeningen bleek dat ze daarin de volmaaktheid zouden schouwen.
(vertaald door Gerard Rasch)

Wisława Szymborska - Het getal pi

Het getal pi is bewonderenswaardig
drie komma een vier een.
Alle verdere cijfers zijn ook begincijfers,
vijf negen twee omdat het nooit eindigt.
Het laat zich zes vijf drie vijf niet vangen in één blik,
noch acht negen door enige berekening,
of zeven negen door enige verbeelding,
en zelfs drie twee drie acht niet door de lach of vergelijking
vier zes met wat ook maar
twee zes vier dri ter wereld.
De grootste slang op aarde houdt na ruim tien meter op.
Sprookjesslangen doen hetzelfde, al wachten ze wat langer.
De rij van cijfers die samen het getal pi vormen
laat zich niet stuiten door de rand van het papier,
kan verder gaan over de tafel, door de lucht,
over muur, blad, vogelnest, wolken, recht omhoog,
dwars door ' s hemels opgezwollen bodemloosheid.
Ach, de staart van een komeet, wat is die kort, een muizenstaartje!
Wat nietig de straal van een ster die zich in elke ruimte kromt!
Terwijl hier twee drie vijftien driehonderd negentienmijn telefoonnummer jouw maat overhemd
het jaar negentienhonderddrieënzeventig zes hoog
het aantal inwoners vijfenzestig cent
heupmaat twee vingers
charade en code
waarin zing o nachtegaal, zich toch en vlieg,maar ook verzoeke de rust te bewaren liggen besloten,
en hemel en aarde zullen vergaan,
maar niet het getal pi, nee, pi zeker niet,
pi heeft nog altijd een niet onaardige vijf,
niet de eerste de beste acht,
zeker niet de minste zeven,
waarmee het de bloedeloze eeuwigheid aanspoort, ja, aanspoortom maar voort te duren.
(vertaald door Gerard Rasch)

Wednesday, 28 October 2009

Men Jiao (751-814) - "Najaarsemoties, vijftien gedichten"

(vertaald door W.L. Idema)

I

Mijn botten kunnen eenzaam 's nachts niet slapen,
Cicades zingen tsjirpend tot elkaar.
Mijn oude huilen heeft geen tranen over,
De herfstdauw vormt om mij haar drip-drop druppels.
Verval van krachten lijkt voortdurend knippen,
De ouderdom is warrig als een weefsel.
Wat ook gebeurt, het wekt geen nieuwe lust,
Herinneringen brengt mijn droefheidswildgroei.
Maar hoe kan ik, zo'n zuidwaarts zeil vervolgend,
Bij de Rivier in het verleden treden?