Monday, 13 March 2017
Gerrit Komrij - "Verzonken Boeken"
"... Heel het leger van de nijveren ook, van de denkers en dichters, van de windmolenbouwers, ballonvaarders en liefdeszangers, het ligt onder de grond en hun kennis, hoge kluchten en verzen zijn in de wonderlijke omhulsels die boeken heten achtergebleven, omhulsels die nooit dezelfde zijn en toch altijd weer op elkaar lijken, die oneindig kunnen variëren in papiersoort, letter, band, versiering, kleur, of maat, maar toch altijd onmiddelijk te onderscheiden zijn als Boek. Onder de grond ligen miljoenen stoffelijke resten, maar een ander groot leger van doodkisten huist in bibiliotheken boven de grond, als de geest die boven die knekels zweeft. Dat is het kerkhof van ons verleden, het mortuarium van kennis, beschaving en dwaasheid waartoe iedereen vrij toegang heeft die over de toverstaf beschikt waarmee men de doden daar tot leven wekt: de toverstaf van het alfabetisme."
"Onder de grond het nameloze, boven de grond de naam. Boven de grond de rechtvaardiging van de vergane gruwel in het slijk. De verstilde, aristocratische bibliotheek geeft zin aan het zoevende, zinloze slagersmes van de wereldgeschiedenis. Kreten verstomden en werden letters en letters sloegen weer kreten los. De Ilias kwam na de Trojaanse oorlog en de Tweede Wereldoorlog kwam na Mein Kampf."
"Een van de onoplosbare raadsels die het zoogdier mens, toch al niet arm aan loose ends, aankleven is zijn drang tot reizen. Wat beweegt die behaagzieke tweevoeter, in de loop van de evolutie uitgegroeid tot de ideal partner van fauteuil and crapaud, ja in donzen kussens passend als een schroef in een moer, zijn comfortabele milieu vaarwel te zeggen en zich bloot te stellen aan te veel hitte, te veel kou, aan het gezelschap van te veel mensen, aan autopech en denderende ruzies, aan de samenzwering tussen luchtvaartmaatschappijen en verzekeringsgiganten, aan stof en hoofdpijn, aan heimwee en de mondiale monotonie van de souvenirwinkel? Wat beweegt hem zijn natuurlijke staat te verlaten en zich in een nachtmerrie van ongemakken en onaangepast gedrag te storten?
Ziedaar het best bewaarde geheim van de schepping."
"'... schrijft alleen zoals jíj het leven voelt. Dat wil zeggen: als je een onderwerp behandelt waarmee je niet vertrouwd bent - bijvoorbeeld de zee - vermoei je dan niet met het naspeuren van allerlei technische aspecten van, zeg maar, de navigatie, maar schrijf over schepen en wat dies meer zij zoals ze indruk op je hebben gemaakt en - het allerbelangrijkste - alleen wanneer ze indruk op je hebben gemaakt. Als ik een tui vol mooie bloemen zie, als die aanblik iets in me heeft losgemaakt (is het mogelijk dat ik geen van de bloemen bij naam ken), dan is het mijn enige zorg hoe ik mijn particuliere emotie aan de lezer overdraag, en alleen indirect hoe het visuele effect van het geheel zal zijn. Hoewel...'
Dit hoewel is typerend voor Gerhardie. Eén standpunt zou te benauwend zijn. Daarom werd hij door de literaire magazijnbedienden ongeschikt verklaard, denk ik, voor een constellatie. Hij kon geen vaste plaats vinden - tussen aanverwante artikelen - op een van hun literaire schappen. De liefde, de schoonheid, de onschuld portretteren - dat wilde Gerhardie - doe je niet vanuit één standpunt; je kan ze alleen attaqueren door om beurten, of tegelijkertijd, lyrisch, cynisch, poëtisch, nuchter, dolkomisch, melig, melancholiek, bevlogen, aards en satirisch te zijn. De wisselingen van stemmingen in The Polyglots is enorm, maar staat in dienst van één doel: de eenvoud."
"Schaars is het aantal boeken dat je een lamme hand bezorgt, oneindig groot daarentegen het leger dat je tot niet één uitroeptekentje, niet één miezerig sicje of kruisje weet op te wekken. Toch heeft het lezen geen ander doel dan dit blijven haken aan memorabilia: zeg mij wat u in uw leven heeft aangekruist en ik zeg u wie u bent."
"De bibliofiel wordt door velen beschouwd als een fijnproever, een liefhebben van mooie dingen die met zorg een uitgelezen verzameling bijeenbrengt. Niets is minder waar. De bibliofiel is een veelvraat, een slokop, een ordinaire opstapelaar. Boeken zijn voor hem geen doel, maar een middel. Een middel om zich, in een mantel van beschaving, te gedragen als een wilde die met pijl en boog door het oerwoud rent om hitsig alles neer te leggen wat hem voor de voeten loopt. Zodra zijn prooi terneerligt steekt hij alweer, met atavistische drift, zijn neusvleugels uit in de richting van ander wild. De bibliofiel staat nog 't dichtst bij Tarzan van de apen.
Als de bibliofiel na lang speuren een vurig gewenst boek heeft gevonden en bijgezet in zijn trofeeënkast, verliest hij er prompt alle interesse in. Hij is al op zoek naar een ander boek. Zolang de bibliofiel leeft blijft zijn buit dood liggen, als een gehoorzame hond. Pas na de dood van de jager zelf komt de hond weer tot leven. Wee het boek dat in de handen van een bibliofiel valt! Het blijft dood zolang zijn baas leeft. Alleen bij het overlijden van bibliofielen vinden boeken baat."
"Nog even in de sfeer van de artsen. Voor verzamelaars die hem om een handtekening of een staaltje van zijn handschrift vroegen had Mark Twain een gedrukt briefje klaar: 'Luistert u eens. Ik schrijf om aan de kost te komen. Mijn schrijven is handel. U vraagt toch ook niet aan een dokter of hij u als souvenir een van zijn lijken toestuurt?'"
"Karl Marx ontving tijdens zijn aan research gewijd verblijf in Londen de volgende brief van zijn uitgever: 'Geachte Herr Doctor. U bent al achttien maanden over de inleveringstermijn van het manuscript van Das Kapital heen wat u beloofd hebt voor ons te schrijven. indien wij thans het manuscript niet binnen zes maanden ontvangen zullen wij ons helaas genoodzaakt zien het werk aan een andere auteur uit te besteden.'"
"Als ik zulke flapteksten lees schiet me steevast de eigenaar van een winkel in huishoudelijke artikelen, die bij mij op de hoek woont, te binnen. Jaren geleden bood hij in de uitverkoop muizevallen voor één gulden aan. Dat was geen geld, toegegeven, maar het waren dan ook wel héél scharminkelige muizevallen. Een stukje waaibomenhout met een paperclip, meer niet. 'Daar zul je ook geen muis mee vangen,' zei ik. 'Wél als je er voor een tientje kaas op legt,' antwoordde hij."
"Bloed valt er te verbergen, en de jammerklacht van tallozen. In de Eerste Wereldoorlog werd wel eens een voetbal in de richting van de vijandelijke linies getrapt om de aanval inspiratie te verlenen, om de slachtpartij het gezellige aanzien van een klaverjaswedstrijd te geven. Een zeker Captain Nevill nam - het staat te lezen in Fussells The Great War and Modern Memory - tijdens het offensief aan de Somme vier voetballen mee, voor elk peloton één, en loofde een prijs uit voor het peloton dat als eerste zijn voetbal achter de Duitse frontlinie had getrapt. Achteneenhalf miljoen mensen kwamen in deze oorlog om. Alleen aan de Somme: één miljoen. Ze zijn verdwenen. Maar twee van de vier voetballen staan nog in Engelse musea te pronk. Mensen vergaan, symbolen blijven."
"Toch - wie een beschavgin echt wil kennen hoort geen onderscheid te maken tussen de orakelspreuk en de rebus, tussen het Wilhelmus en het bargoens, tussen een aria en een scheet. Hij brengt niet ongestraft een hiërarchie aan in de zintuigen van de mens - of hij groeit zelf net zo scheef als het beeld dat hij zich van anderen schiep."
"Echte kinderhanepoten zijn het, met verbeteringen, spetters, intkvlekken en al. De tekeningen komen je vertrouwd voor; kindertekeningen hebben iets tijdloos; ze zijn blijkbaar niet aan stijlen of ontwikkelingen onderhevig, nagenoeg als kattengemiauw en het gedrag van politici."
"Ik ril als ik aan al die miljarden letters denk die, als je ze ook maar even door elkaar zou schudden, niet de miste betekenis meer opleveren. Ik huiver bij de gedachte aan die miljoenen stoffige, grauwe vellen die ze tussen hun platten torsen en die, als het ook maar lichtjes door het plafond zou gaan lekken, niets meer voorstellen dan een papperige, zwakzinnige brij. Wat heb ik aan hun vage boodschappen, hun oude nieuws, hun kreten en gejengel uit een voorgoed voorbij verleden? Het zijn jaloerse vrijsters die zich tegen me hebben gekeerd omdat ik niet langer met ze flirt. Ik wil me bevrijden van hun juk en een nieuw, fris leven beginnen. Ik verlang naar een lichte wereld, zonder hun ballast.
Wat moet ik met dat eczeem dat neerschilferde van al die inmiddels fossiel geworden generaties en dat als ongevraagd geschenk voor mij achterbleef? Het is een warboel, en het verwart me. Weg er mee - totaal, absoluut.
Maar hoe ik mijn best doe, het lukt me niet. Nooit zal het me lukken, besef ik pijnlijk. Het zou zijn of ik mij darmen, toch ook een walgelijk labyrint van verbindingen die enkel in mijn buik, en enkel daar, op zonderlinge wijze functioneren, er uitrukte en opvrat. Het zou zijn of ik mijn hersens, die zinloze pap van kleffe cellen en anders niet, uit mijn kop schoot. Het zou mijn dood zijn."
Sunday, 12 March 2017
Marja Pruis - "Genoeg nu over mij"
1. De spiegels in mijn huis. Over schrijvers en hun reflectie
Martinus Nijhoff - "Het kind en ik"
Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.
Sylvia Plath - "Mirror"
I am silver and exact. I have no preconceptions.
Whatever I see I swallow immediately
Just as it is, unmisted by love or dislike.
I am not cruel, only truthful ‚
The eye of a little god, four-cornered.
Most of the time I meditate on the opposite wall.
It is pink, with speckles. I have looked at it so long
I think it is part of my heart. But it flickers.
Faces and darkness separate us over and over.
Now I am a lake. A woman bends over me,
Searching my reaches for what she really is.
Then she turns to those liars, the candles or the moon.
I see her back, and reflect it faithfully.
She rewards me with tears and an agitation of hands.
I am important to her. She comes and goes.
Each morning it is her face that replaces the darkness.
In me she has drowned a young girl, and in me an old woman
Rises toward her day after day, like a terrible fish.
Gilian Wearing - Self portrait as a 17 year old
http://www.we-find-wildness.com/wp-content/uploads/2011/10/gillian-wearing-self-portrait-at-17-years-old-2003.jpeg
Tas had me verteld dat schaamte de emotionele reactie is op de angst voor afwijzing. Een uitspraak van zijn oom over de zwijgzaamheid van Duitse Joden die in 1938 naar Nederland vluchtten, was hem altijd bijgebleven. 'Ze schamen zich omdat ze slecht zijn behandeld.' Het besef te behoren tot een groep die straffeloos kon worden vernederd en mishandeld, was schaamteverwekkend. 'Wanneer je je schaamt,' zei Tas, 'heul je met de vijand. De haat richt zich tegen jezelf. Schaamte kan tot zelfmoord leiden.
Schillen moeten we: razendsnel
uit de partjes kruipen
voor een nieuwe schil ons vangt.
Martinus Nijhoff - "Het kind en ik"
Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.
Sylvia Plath - "Mirror"
I am silver and exact. I have no preconceptions.
Whatever I see I swallow immediately
Just as it is, unmisted by love or dislike.
I am not cruel, only truthful ‚
The eye of a little god, four-cornered.
Most of the time I meditate on the opposite wall.
It is pink, with speckles. I have looked at it so long
I think it is part of my heart. But it flickers.
Faces and darkness separate us over and over.
Now I am a lake. A woman bends over me,
Searching my reaches for what she really is.
Then she turns to those liars, the candles or the moon.
I see her back, and reflect it faithfully.
She rewards me with tears and an agitation of hands.
I am important to her. She comes and goes.
Each morning it is her face that replaces the darkness.
In me she has drowned a young girl, and in me an old woman
Rises toward her day after day, like a terrible fish.
Gilian Wearing - Self portrait as a 17 year old
http://www.we-find-wildness.com/wp-content/uploads/2011/10/gillian-wearing-self-portrait-at-17-years-old-2003.jpeg
Tas had me verteld dat schaamte de emotionele reactie is op de angst voor afwijzing. Een uitspraak van zijn oom over de zwijgzaamheid van Duitse Joden die in 1938 naar Nederland vluchtten, was hem altijd bijgebleven. 'Ze schamen zich omdat ze slecht zijn behandeld.' Het besef te behoren tot een groep die straffeloos kon worden vernederd en mishandeld, was schaamteverwekkend. 'Wanneer je je schaamt,' zei Tas, 'heul je met de vijand. De haat richt zich tegen jezelf. Schaamte kan tot zelfmoord leiden.
Schillen moeten we: razendsnel
uit de partjes kruipen
voor een nieuwe schil ons vangt.
Subscribe to:
Comments (Atom)