Wednesday, 13 July 2016
Henk (H.J.A.) Hofland (met hier en daar Jan Blokker, Harry Mulisch)
Blokker: Die waarvan we altijd denken dat Nederlanders hem niet hebben. Namelijk een aanleg voor waanzinnige hysterie.
Hofland: Wij hebben een capaciteit tot razernij waar de rest van de wereld nog jaloers op kan zijn.
Als je in een park liep, stond er om de tien meter een bord: "Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen de eigenaar van dit park de schillen en de dozen". Er was nog een soort rare orde in dit land.
Mulisch: Iedereen had een ingebouwde politieagent.
Blokker: Precies.
Mulisch: En die is ontsnapt.
Hofland: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen, zei Marx ooit. Onze generatie heeft een zeer verse herinnering aan die ingebouwde agent.
Mulisch: Het doet me denken aan toen Klinkenberg een boek over Bernard geschreven had. Met beschuldigingen over een SS-lidmaatschap en weet ik wat. Bernhard vertelde mij - dus het is waar - (imiteert een Duits accent): "Ik heb de minister-president gebeld, en gevraagd: heeft u dat boek van Klinkenberg gelezen? Van Agt zei nee. Nu, als dat alles waar is, wat in dat boek staat, moet u mij morgen laten fusilleren. Toen zei Dries: laat ik dat maar niet doen, koninklijke hoogheid, want dan gaat iederéén dat boek lezen."
interviewer: Hoe bevalt u het vooruitzicht om binnen tien jaar te zijn vergeten?
Blokker: Dat is een gedachte waarmee ik totaal geen relatie heb.
Mulisch: Als je dood bent, ben je in elk geval vergeten door jezelf. Hoe de omstanders reageren, dat zullen we nooit weten.
Hofland: Vrienden zijn eerder gestorven. het was niet zo slecht geweest als we hadden geruild. De onzin die je overkomt in de rest van je leven. Die weige Wiederkehr van alles, hebben jullie daar ook zo'n last van? Ik kom net terug uit Griekenland, vier weken een totaal andere omgeving en ik denk: verdomme de Amsterdamse tram en de gevels. Ze stáán er nog. het hangt me zo de kéél uit.
Hofland haalt adem, peinst anderhalve seconde en steekt van wal met een prettig klare samenvatting van een halve eeuw geschiedenis. 'Kijk: de Koude Oorlog was een goed geordend tijdvak. Twee wereldmachten die elkaar met de atoombom bedreigden en niet zo gek waren om die ook te gebruiken. Aan de zijlijn voerden ze een paar vergissingsoorlogen: Rusland in Afghanistan en Amerika in Vietnam. Voor de rest: de bondgenoten hielden zich rustig, iedereen wist zijn plaats. Het was in zekere mate een klassenmaatschappij en het was in zeker mate een verzorgingsstaat; het was werkelijk heel goed geordend. Goed, toen is de Muur gevallen en de wanorde begonnen. Eerst hebben we die illusie van eeuwigdurende zich alsmaar vergrotende welvaart gekregen, van de nieuwe economie, toen is de zeepbel van internet geploft, toen hebben we 9/11 gekregen, en daarna zijn we toch, globaal de kluts kwijtgeraakt. Een van de hoofdoorzaken daarvan is George W. Bush, met zijn grootheidswaanzin!'
Hofland: Eigenaardig, eigenaardig. Ik hoorde dat hij toen doodziek was en ik belde hem op. "Kousbroek," Ik zeg: "Rudy, ik hoor dat je ziek bent." Hij antwoordt: "Je wéét dat wij ruzie hebben. Courage!" En hij hing op Nou ja."
Een columnist die het moeilijk vindt om aan een onderwerp te komen, kan het bijltje er beter snel bij neerleggen. De onderwerpen staan bij mij meestal in de rij. Bij De Groene overleg ik eerst met hoofdredacteur Xandra Schutte waar ik over zal schrijven, bij de NRC pleur ik het er zo in.
Je kunt deze tijd niet met vroeger vergelijken. De crisis van de jaren dertig was anders. Het proletariaat van toen is in consumentisme ten onder gegaan. Consumentisme en rancune, dat tekent onze tijd. Het nieuwe digitale lompenproletariaat koestert zijn wrok. We zijn boos, schrijven ze. Met vijftien uitroeptekens.
Tuesday, 3 November 2009
VPRO Marathon Interview: Ischa Meijer met H.J.A. Hofland
Ziet Drees als oorzaak het beklemmende, het saaie in Nederland. Geen prettige koffiehuisjes waar je van ' s ochtends zes uur tot middernacht binnen kan komen. Teveel regeltjes, teveel gedoe.
Houdt van New York, de stad die hem aan het Rotterdam van voor de oorlog herinnert.
Ze bespreken de oprichting van D66 door o.a. goede vriend Hans van Mierlo op de redactie van het Handelsblad. Bij het doordringende gepruttel van het koffiezetapparaat op de achtergrond zegt Hofland "Dat is een beetje hoe het klonk, de oprichting van D66."
(over W.F. Hermans)
Ischa Meijer: "Ben je nog bevriend met hem?"
Henk Hofland: "Nou, weer een beetje, denk ik. Maar dat weet je nooit bij hem."
Ischa Meijer: "Heb je veel geleerd van Constance?"
Henk Hofland: "Ja, het schrijven van commentaar. Kijk, het gaat zo; je moet het altijd maken in drie stukken. Dat is: these, antithese, synthese. En als je dat nou eenmaal in de gaten hebt, dan gaat het vanzelf. En zo was het ook. Eenvoudig drie sierletters, en wat er dan verder in stond, dat kon je niet verrotten, niet schelen. Rammelebam, en dan stond het er."
Henk Hofland: "Dan heb ik geleerd; je moet nooit rectificeren. Dat maakt de zaak alleen maar erger. En die lui zijn toch allang vergeten wat je verkeerd hebt gedaan."
Henk Hofland: "In '72 ben ik opgehoepeld. Als hoofdredacteur."
Ischa Meijer: "Maar je bent continue gebleven. In die drie situaties ben je gebleven. Dus eigenlijk in vijandig gebied."
Henk Hofland: "Aan de ene kant dacht ik; ik blijf zitten, ik bljif als een zweer in jullie organisatie zitten. Bekijk het maar verder. Aan de andere kant was ik ook doodmoe hoor. Na vier jaar, eerst als hoofdredacteur met illusies, toen als hoofdredacteur zonder illusies, en toen conducteur van de bijwagen op wiens afbellen niet gelet wordt. Dat is natuurlijk heel vervelend. Dus in '72 was ik werkelijk een verbruikt persoon. 14 dagen."