Showing posts with label hugo claus. Show all posts
Showing posts with label hugo claus. Show all posts

Thursday, 30 May 2013

Hugo Claus - "De Geruchten"

Het eerste deel was verreweg het meest intrigerend. René die terugkomt, de Kap die een donkere rol speelt, een gevoel van onbehagen tegen de achtergrond van Claus' België, de verschillende personen in een klein dorpje.

Maar het verhaal van zijn zotte broer Noël die verhoord wordt, en via wiens (verwrongen, gelogen) beelden we de achtergronden achterhalen, konden me veel minder boeien.

Een enkele mooie zin:

"Ik lees die woorden af in mijn hoofd. Veel van die woorden komen boven uit de tijd dat ik in de klas van Meester Arsène zat, voor mijn ongelukkige moeder mij heeft laten met haar tandem. Ik was de slimste van de klas. Ik las toen boeken. Soms komen de woorden, de zinnen zelfs, terug uit die boeken en dikwijls herken ik wat zij willen zeggen."

Wednesday, 5 October 2011

Hugo Claus - citaten

Het is een grimmige bundel geworden.

‘Vind je? Heb je niet een paar keer moeten giechelen? Kon er geen schamper lachje af? Mijn meesters zijn over het algemeen grimmig: ik houd van het proza van Evelyn Waugh en van de gedichten van de jonge Henri Michaux. Dramatische verzen, daar draaien we onze hand niet voor om. Maar om de lach te hanteren moet je van goeden huize komen.’

Ik heb gestreefd naar poëzie die krakkemikkig én lichtvoetig is. Dat is zowat het moeilijkste dat er is, je krijgt het niet in de schoot geworpen: om het lichte te ambiëren, moet je toch eerst de wereld en zijn hinderlagen een beetje gefrequenteerd hebben.

Is het de lichtheid van Mozart die je nastreeft of die van Satie?
‘Mozart – helaas. Ik geef toe: het is niet bijster origineel. Maar Satie is toch eerder sarcasme dan ironie. Ironie is van de geest, van de intelligentie. Sarcasme is gewoon pure razernij: hou me tegen! Als je die twee samenvoegt, krijg je misschien iets wat af en toe opdoemt in mijn bundel

Wat is je favoriete moment van de dag?
‘Drie of vier uur ’s ochtends. Ik herken dat bij Scott Fitzgerald: in a real dark night of the soul it is always three o’clock in the morning, day after day. De wereld verandert van licht en van kleur. Je bent te opgewonden om in te slapen en te moe om te neuken, dat doe je straks wel. Je bereidt je voor op de verandering, maar ineens is het voorbij zonder dat je ingegrepen hebt. Je weet niet eens of je er wel bent. Een van de meest leesbare Franse filosofen vind ik Baudrillard, die beweert dat we niet bestaan: nous sommes des simulacres. Ik heb ooit eens een gesprek met hem gehad voor de televisie en ik had de neiging dat op zijn Chinees af te handelen, namelijk door hem een enorme klap te geven – dat leek mij de beste manier om erachter te komen of hij gelijk had.’

Waarom doet een mens zichzelf dat aan?
‘Ik weet het niet. Ik had natuurlijk al twintig jaar met twee callgirls in de zon kunnen liggen aan de Côte d’Azur. Word ik beter van mijn geschrijf? Wil ik echt, zoals Harry Mulisch, proberen de eeuwigheid te bereiken? Nee natuurlijk, want de essentie van de eeuwigheid is precies dat het nooit ophoudt. Niemand kan zo dwaas zijn te geloven dat hij over 322.000 jaren nog gelezen wordt. Forget it! Zou ik, zoals Harry, willen dat op de achterflap van een van mijn boeken een citaat uit The New York Times staat, waarin mijn wereldbeeld vergeleken wordt met dat van Aristoteles en Hegel? Ik héb niet eens een wereldbeeld. En ik word ook niet wanhopig door het feit dat ik zo hulpeloos ben, in dit stadium van mijn leven.’

Heb je wel eens vlagen van melancholie?
‘Nee. Daar ben ik toch teveel een kruidenier en een West-Vlaming voor: het is verloren tijd. Melancholie moet je beschouwen als een mooi instrument dat je als dichter ter beschikking staat, als een cello bijvoorbeeld. Maar je moet er niet in zwelgen. Het is een onbestemd gevoel, zoals de saudade in de Portugese fado, dat je naar believen kunt oproepen, in tegenstelling tot angst, die je overvalt en waar je niets over te zeggen hebt.’

Nogal wat schrijvers voelen zich gemankeerde componisten. Om met Jeroen Brouwers te spreken: ‘De muziek is de adelaar onder de kunsten, de literatuur de mus.’
‘De mus? De pinguïn zal hij bedoelen! Natuurlijk kan een gedicht niet zonder klank en ritme. Maar dat muziek de hoogste kunstvorm zou zijn, hoor ik al veertig jaar. Terwijl ik me net zo goed kan voorstellen dat een mathematicus in tranen uitbarst bij een wiskundige formule, gewoon omdat iets zo onweerlegbaar, zo onweerstaanbaar vastligt.’

Hoe stel je je de dood voor?
‘Als een meisje in zwart ondergoed? Er moet een beetje lol aan te beleven zijn. In ieder geval niet als een geraamte in pyjama, dat is iets voor symbolistische schilders. In mijn gedichten ondergaat hij nogal wat gedaanteverwisselingen. De dood is een kinderziekte natuurlijk, hij komt hoe dan ook altijd te vroeg. Maar het heeft weinig zin in een hoekje te staan blèren. In mijn bundel schrijf ik ergens: er zijn nog zoveel wachtenden voor u.’

Thursday, 5 August 2010

Hugo Claus - "Dichter"

Herfst. Hoor. Geknetter. Hoor je dat zwaar geratel?
Het nadert in onze kleren, in onze haren.
Luizen van geluid. Wat is dit melaats geprevel?
Kind, het zijn de dichters buiten die klappertanden.

Hoe dichter de dichters bij hun sterven geraken
Des te grimmiger kermen zij naar de sterren.
In de ochtendmist waarin hun beelden smelten
Bevriezen de dichters in een herkenbaar colbert.

Hoor hoe koortsig zij hun naderend vergaan verklaren
Want hun laatste gereutel moet doorzichtig zijn,
Hun weduwen van lezers doen snikken.

‘O, ons ego was te duister!’ klagen zij.
‘Dat vroeg de tijd, polyinterpretabel als wij!’
En kijk, zij kruipen uit de windsels van hun ziel,
De mond vol kroket en gebed om genade
Voor hun prostaat, hun plagiaat.

Ei op sterven na ontdekken de dichters plots
De bedarende mirakels van goden, aforismen,
Aspirines, tederheden. Voor het eerst kan hun lief
Iets van haar lief met haar lippen lezen.

En voordat de dichters, loze winterappels
Daar de plukkers als ondermaats versmaad
Uiteindelijk ook vallen in november
Willen zij voor eeuwig voor de buren verstaanbaar
Vallen. In melkboerentaal, als ooft natuurlijk beurs.

Zij blijven bitter luisteren naar het gefrommel
Van de krant die hun naam verkeerd blijft spellen
En zij vullen hun kruiswoordraadsels in
Vol anekdotes, angst en struikelende liefdes.

Maar te laat, te doof worden de dichters gewaar
Dat wat duister en bot was in hun verzen
Niet lichter wordt door sleet, door de duur,
Maar dat het blijft bederven. Ondoorgrondelijk
Blijven hun huis, hun woord, de evenaar, het azuur.
Hun stuurse donkerte blijft gemeen als geld
En als de dood zo vluchtig.

‘Maar apropos, jij zelf? Ja, jij! Vereerde jij ook niet
De splitsing, de gisting eerder dan het monument?
Zocht jij ook niet in elk motet een epitaaf?
Wrong jij niet een embleem uit elk letsel?
Vond jij je geblutste ik niet in elk bord zwezerik?’

– ‘Jawel. Nog overeind droom ik van het letterlijke.
Zeker. Tot het einde toe die muizenissen, rozen,
Paradijzen, radijzen, voze gelijkenissen. Met
Tot op dit papier deze lijken van letters.’

Adieu schrijven de dichters een leven lang
En vergrijzend als lavendel in november
Blijven zij, gangreen en grap en raadsel,
Erbarmelijk bedelend om mededogen,
Zoals ik voor de sleet op mijn oren en ogen
Die jou beminden, beminnen.

Tuesday, 13 October 2009

VPRO Marathon Interview - Hugo Claus - 1986

uur 1

Hugo Claus: "Ik weet niet goed waarom ik gevraagd word. Ik kan niet spreken, ik stotter, ik hakkel, mijn zinsconstructies zijn uiterst lamentabel."

Johan Anthierens: "Luisteraar, de meester zit in een simpel blauw overhemd..."
Hugo Claus"Simpel? Versace."
Johan Anthierens: "Pardon. In een exclusief blauw overhemd, Italiaans."

uur 2

Johan Anthierens: "Hoe zouden mensen dat doen, die echt dagboeken aanleggen? Dat is voor mij altijd een raadsel geweest, wanneer ga je daarvoor zitten?"
Hugo Claus: "Ik denk voor het slapen gaan. Ik moet er niet aan denken. Dat herkauwen van wat er net gebeurd is, nee, ik zou vol schaamte m'n bed induiken en er niet meer uitkomen. [...] Het is zoals mensen die foto's nemen. Dat is mij ook bijvoorbeeld helemaal vreemd. Op vakantie gaan en dan foto's nemen. Namelijk een daad stellen voor een mogelijk profijt van later dat je op die foto zult kunnen zien dat je daar geweest bent. Dat wanhopige vast willen prikken van een ervaring, dat ken ik niet. Ik vind dat 't waarschijnlijk wel waardevol is voor vele families. Ik vind 't geloof ik een klein beetje verachtelijk. Om zo nodig van dit gore leven een neerslag te willen vastprikken en dan de volgende generaties ermee te willen besmetten."

Hugo Claus: "Als zij in de tram of in de bus zat, dan fataal kwam er iemand naast haar zitten die haar begon te vertellen waarom haar nichtje een voorhoofdsontsteking had. Die verhalen kon zij wonderlijk goed weergeven en vertellen. Ze had er een hels plezier om dat voortreffelijk te imiteren."
Johan Anthierens: "Dus dat komt van de moeder, 't verhalen, dat assimileren."
Hugo Claus: "Dat weet ik niet. Maar 't leugenachtige van de vader mag er ook zijn. Nee, vanaf de wieg begenadigd."

uur 3

Johan Anthierens: "In dat pakket van 100 boeken zijn er een paar waarvan ik nu zeg; die had ik nooit moeten schrijven?"
Hugo Claus: "Nee, dat zeg ik nooit. Ik zeg dat ik ook slechte boeken moet schrijven. Althans boeken die niet aanslaan of boeken die ronduit mislukkingen zijn. Dat hoort daarbij. Er is geen enkele auteur die niets dan meesterwerken geschreven heeft."
Johan Anthierens: "Dat hoort bij het proces van schrijven."
Hugo Claus: "Ja."

Hugo Claus: Als ik bijvoorbeeld 100 figuranten nodig heb, en 's ochtends komen daar 6 figuranten. Op zo'n moment moet je zeggen; 'meneer de producent, waar zijn mijn 100 figuranten? Ik ga nu naar huis, bel me maar op als die 100 figuranten er zijn.' Dat is de enige houding. Dan komt die leemte, die tweespalt in mijn wezen, dat is dat ik gedreven ben door een mateloze hoogmoed, door een hubris. Waardoor ik denk; goed, de gegevens zijn 6 figuranten. Ik zal eens laten zien dat je met die 6 figuranten net zo goed kan werken als met 100. En dat is van een totale imbeciliteit, want dat moet je niet doen. En dat is natuurlijk de reflex van iemand die gewoon is heer en meester te zijn over zijn eigen materiaal als auteur. En die denkt dat hij dat vermogen heeft om over zoveel verschillende elementen waaruit een film bestaat, daarover ook te heersen als een potentaat. En dat is niet zo."

over Hugo Claus als autodidact
Johan Anthierens:
"U moet onvoorstelbaar veel gedaan hebben om die rijke kennis zelf bij elkaar te hamsteren."
Hugo Claus: "Opnieuw moet ik U teleurstellen. Ik heb het niet bij elkaar gehamsterd. Mijn geheugen is een soort vuilnisbak. Daar gaat vanalles in en rarigheden, rariteiten, totaal onbelangrijke feitjes blijven aan de oppervlakte hangen, daar kan ik beroep op doen. Heel elementaire, serieuze dingen vergeet ik. Het is een ratjetoe van kennis. Het is geen kennis. Het is het verzamelen van een hoop materiaal, aangesleept door de omstandigheden. Het is geen kennis, want het komt niet vanuit een logica, vanuit een ordening."

misschien was één van de mooiste momenten wel de Ster-reclame en het nieuws wat op dit uur volgde: spionnenruil tussen Oost- en West-Duitsland om een politieke impasse omtrent een gevangen spion op te lossen. En een lepeltje Completa houdt uw koffie warm en pittig!

uur 4

Hugo Claus: "Maar dat was helemaal geen schabauwelijk taaltje, dat was het prachtige West-Vlaamse dialect, waarvan ik vind dat het hét originele en het enige echte mooie grandioze sublieme Nederlands is. En al de rest beschouw ik als zwak afkooksels van die basistaal en dat het West-Vlaams. Tussen Oostende en Brugge ligt het mooiste Nederlands wat er is."

Hugo Claus: "Als een boek zoals 'Het verdriet van België' achter de rug is, dan heb je werkelijk geen zin meer om te gaan herkauwen, zeker niet ten behoeve van de armoedige beschouwers. Zoals de methode van het verzamelen en ordenen van materiaal leidt tot het schrijven, zo heb ik ook de methode om er vanaf te stappen. Al dat materiaal moet ook weg. Ik wil er ook niet op terugkomen. Ik ga er ook geen vervolg op schrijven. Ik ga het ook niet toelichten. [...] Ik wend me af van het boek eenmaal als het geschreven is, als de hond van zijn uitwerpselen. Dat wil ik niet meer meemaken. Omdat er een gevoel van schaamte rond hangt; is dit alles? Kan je werkelijk niet beter dan dit? Je zou je rot moeten generen. Het moment waarop je gezegd hebt; 'beter kan ik het niet', was het foute moment. Je had nog 10 jaar moeten wachten."

Johan Anthierens: "En toen kwam het thema overspel ter sprake en U zei toen die hele mooie zin: 'Ik ben zo monogaam als de valk.'"
Hugo Claus: "Ja."
Johan Anthierens: "Maar even later vloog de valk over koekoeksnesten. De vrouwen in het leven van Claus."
Hugo Claus: "Daar zal ik heel kort over zijn. Ik heb dat standpunt niet verlaten. Ik ben monogaam. Alleen ben ik tezijnertijd monogaam. En overigens, al zou ik, laat ons zeggen, toevallig, door samenloop van omstandigheden, één of meerdere dames behagen, dan beschouw ik toch nog niet als bigamie. Het monogame ligt, zoals praktisch alles, in de verbeelding, en niet in de feiten."

uur 5

natuurlijk zijn er vele mooie dingen gezegd. "wijze woorden gesproken, holle vaten geklonken" zoals de "ringmeester" aan het einde sprak. Maar ik laat het hier bij. Dit marathon interview heeft me de afgelopen dagen bij de hand genomen terwijl ik mij met de meest aardse zaken bezighield en het heeft zijn afdruk in mijn geheugen achtergelaten. De stem van de Meester weerklinkt soms zacht door.
Op deze mooie oktobermiddag ben ik wat treurig, en ik verkies me hierin te laten gaan en de makkelijke verlokkingen van afleiding even terzijde te laten.

http://www.vpro.nl/programma/marathoninterview/afleveringen/35389618/