Thursday, 5 November 2009

Brian Eno & David Byrne - "I Feel My Stuff"

from the album " Everything that happens will happen today" 

Alice-In-Wonderlandish. Triphoppy. Crazy lyrics

The cheapest dog, the hottest sun, the fiercest cat & the meanest gun
You got to hold the peelings in your hands, baby
It's a safety belt, it's a Christian crime, a rocket ship, it's a joke of mine
I took away the day that I'd be gone- shoot!

Don't fancy many of the other songs. He can't really sing, which isn't a problem per se, but his voice grates a bit...

DJ Shadow - "Lonely Souls"

Came across it while scheduling DJ Shadow's full discography.

Same evening, while watching some game previews... there it was again. Subtle coincedence.

Tuesday, 3 November 2009

VPRO Marathon Interview: Ischa Meijer met H.J.A. Hofland

Ziet Drees als oorzaak het beklemmende, het saaie in Nederland. Geen prettige koffiehuisjes waar je van ' s ochtends zes uur tot middernacht binnen kan komen. Teveel regeltjes, teveel gedoe.

Houdt van New York, de stad die hem aan het Rotterdam van voor de oorlog herinnert.

Ze bespreken de oprichting van D66 door o.a. goede vriend Hans van Mierlo op de redactie van het Handelsblad. Bij het doordringende gepruttel van het koffiezetapparaat op de achtergrond zegt Hofland "Dat is een beetje hoe het klonk, de oprichting van D66."

(over W.F. Hermans)
Ischa Meijer:
"Ben je nog bevriend met hem?"
Henk Hofland:
"Nou, weer een beetje, denk ik. Maar dat weet je nooit bij hem."

Ischa Meijer: "Heb je veel geleerd van Constance?"
Henk Hofland: "Ja, het schrijven van commentaar. Kijk, het gaat zo; je moet het altijd maken in drie stukken. Dat is: these, antithese, synthese. En als je dat nou eenmaal in de gaten hebt, dan gaat het vanzelf. En zo was het ook. Eenvoudig drie sierletters, en wat er dan verder in stond, dat kon je niet verrotten, niet schelen. Rammelebam, en dan stond het er."

Henk Hofland: "Dan heb ik geleerd; je moet nooit rectificeren. Dat maakt de zaak alleen maar erger. En die lui zijn toch allang vergeten wat je verkeerd hebt gedaan."

Henk Hofland: "In '72 ben ik opgehoepeld. Als hoofdredacteur."
Ischa Meijer: "Maar je bent continue gebleven. In die drie situaties ben je gebleven. Dus eigenlijk in vijandig gebied."
Henk Hofland: "Aan de ene kant dacht ik; ik blijf zitten, ik bljif als een zweer in jullie organisatie zitten. Bekijk het maar verder. Aan de andere kant was ik ook doodmoe hoor. Na vier jaar, eerst als hoofdredacteur met illusies, toen als hoofdredacteur zonder illusies, en toen conducteur van de bijwagen op wiens afbellen niet gelet wordt. Dat is natuurlijk heel vervelend. Dus in '72 was ik werkelijk een verbruikt persoon. 14 dagen."

Monday, 2 November 2009

Maarten van Roozendaal @ de Kleine Komedie

Een prettige avond in de Kleine Komedie, de eerste van vijf voorstellingen dit seizoen. Op de allereerste rij. Dan zit je vooraan. Dan zit je heel erg vooraan.

De teksten, vaak geprezen in recensies, deden mij niet heel veel. Een keer dacht ik zelfs "dit is wel erg Acda & de Munnik", wat geen positieve typering is: het iets te bewust zoeken naar woordspelingen. De té gewilde semantische wendingen, het zoetsappige. 

De muziek was soms rustig, maar vooral funky, jazzy. Het was prachtig om vooral de drummer en de organist van dichtbij te zien. Vooral die laatste had een bizarre motoriek wanneer hij de toetsen beroerde, verwilderd opkijken naar zijn medemuzikanten terwijl hij zijn Hammond liet janken. Prachtig.

Maar het deel na de pauze was beduidend meer ingetogen, en lag veel meer in mijn smaak. Rustiger liedjes, droevig, mooi. Met nog een bijzonder grappige pastiche op de hedendaagse rap waarin hij rapt dat hij gewoon, gewoon, weetjewel, gewoon eens alleen, alleen, niet altijd meteen met z'n allen, gewoon alleen met een meisje, een meisje r'spect, een meisje, gewoon eens alleen, r'spect, met een meisje, gewoon op haar bank zitten... 

"Jochie": mooi treurig. "Red mij niet", een "Laat Me"-achtig nummer, "Mooi" vol werkelijke levensvreugde.

Sunday, 1 November 2009

J. Slauerhoff - "De argeloozen"

Aan alles onttrekken wij ons, niet aan 't verwijt
Dat we ontrouwen zijn en eervergeetnen;
Maar kunnen wij ons vrijwillig keetnen
Waarom zooveel verten wachten, zoo wijd?

De nijveraars heeten onze dwazen, verblinden,
En voorspellen: het zal ons berouwen
Dat wij op zeeën en bosschen en winden
Als vrienden en eeuwige vreugde vertrouwen.

't Is waar dat wij roekloos de krachten verspillen
Waaruit zij een veilig leven maken;
Zij noemen ons droomers, maar wij waken
Over andere belangen en willen

Ons niets dat wereldsch is laten verbergen
Zoover als de zeeën de landen kussen,
De gedaanteverwissling van planten, bergen
En de glanzen en geuren daartusschen

Mede te leven, gespannen te trillen,
Geen lichtflits, geen golfslag ons laten ontgaan,
Zoo van ons trage gestaltnis ontdaan
Dat we eindlijk in niets meer van hen verschillen.

De andren gelooven zich het leven te wijden,
maar scheiden zich er, al wroetend, van af;
Zij denken zich lusthovens te bereiden,
Maar delven zich dagelijks dieper een graf.

Doch 't einde is hen licht: voor wanhoop gevoelloos
Maakt hen het gezin, in welks schoot zij sterven;
ons wacht geen genademiddel: doelloos
Vergaan wij als wij niet meer kunnen zwerven

En kunnen nimmer vinden die even
Vaderlandsloos zijn om saam mee te wachten;
Wij komen misschien waar zij kort verbleven
Of gaan voorbij waar ze onzichtbaar smachten.

En dan wordt een stad ons toekomstig sterfoord,
In de woestijnen was het niet eenzamer,
Wij kunnen niet heen, denken daaglijks aan zelfmoord,
Maar veroudren in onverschillige kamer.

Vaak dwalen wij langs het aanlokkelijk water,
Waakzaam in een vaag ochtenduur,
Of hunkren met een kleumenden kater
Slapeloos bij een uitgaand vuur.

De dag verschrikt ons, van een terras
Slaan wij 't voorbijgaan wezenloos gade,
als waren wij van een verloren ras,
Wij blaadren in boeken aan de kaden.

Soms schenkt in ' t laatste van den avond
Het toeval ons nog een vage vrouw,
Wij nemen het met geluk niet zoo nauw,
Voor liefdestormen te zeer gehavend.

Van al het schoon, weleer zwervend verworven,
Kunnen wij niets aan ' t hart zoo vast drukken
Dat de dood het ons niet kan ontrukken;
Lang voor zijn komst zijn wij steenarm gestorven.

Misori (1992)

Girl joins fairground after she has lost her parents. She's abused, physically and mentally, until a dwarf joins the troupe and saves her from the malicious freaks of the fairground. They fall in love, marry, and seem to find a happy ending...

But just not yet. The end has a particularly estranged sequence when she runs through a town where her husband was planning to buy some food for the journey. Unknown to her, he is killed by a robber. Her crazy run takes place in a town that seems utterly strange. In the end she suddenly sees him with her old "mates" from the fairground, just laughing at her... Was it all just an illusion? (The dwarf is capable of that.) I couldn't say for sure.

Very simple animation, mostly sounds or small details that move, full-body movements are shown using a few sildes per second, nothing fancy, yet definitely distinct.

Supposed to be a ero-cult, partly manga, film. 

Again I watch something disturbing while in a disturbed mood.