Een prettige avond in de Kleine Komedie, de eerste van vijf voorstellingen dit seizoen. Op de allereerste rij. Dan zit je vooraan. Dan zit je heel erg vooraan.
De teksten, vaak geprezen in recensies, deden mij niet heel veel. Een keer dacht ik zelfs "dit is wel erg Acda & de Munnik", wat geen positieve typering is: het iets te bewust zoeken naar woordspelingen. De té gewilde semantische wendingen, het zoetsappige.
De muziek was soms rustig, maar vooral funky, jazzy. Het was prachtig om vooral de drummer en de organist van dichtbij te zien. Vooral die laatste had een bizarre motoriek wanneer hij de toetsen beroerde, verwilderd opkijken naar zijn medemuzikanten terwijl hij zijn Hammond liet janken. Prachtig.
Maar het deel na de pauze was beduidend meer ingetogen, en lag veel meer in mijn smaak. Rustiger liedjes, droevig, mooi. Met nog een bijzonder grappige pastiche op de hedendaagse rap waarin hij rapt dat hij gewoon, gewoon, weetjewel, gewoon eens alleen, alleen, niet altijd meteen met z'n allen, gewoon alleen met een meisje, een meisje r'spect, een meisje, gewoon eens alleen, r'spect, met een meisje, gewoon op haar bank zitten...
"Jochie": mooi treurig. "Red mij niet", een "Laat Me"-achtig nummer, "Mooi" vol werkelijke levensvreugde.