Prettig boek over de geschiedenis van cultuur en muziek in deze eponyische stad.
Het Warbo Fornant Orgel [samen met Christian Warnke] overleeft de oorlog niet, er zijn alleen tekeningen bewaard gebleven, maar na de oorlog kan [Harold] Bode door met zijn instrument, hij bouwt de Melochor. Laten we alle technische specificaties hier maar niet doornemen, maar het is relevant om te weten dat Bode uiteindelijk in de jaren vijftig in Amerika belandt, waar Robert Moog verder bouwt op zijn werk en via de enorme modulaire synthesizer de Moog (de eerste commerciële synth) in 1970 met de Minimoog komt.
"Lili Marleen". Lale Andersen zingt het in de cabarets in Berlijn. Haar opname uit 1939 wordt razend populair onder de Duitse soldaten, nadat Soldatensender Belgrad het regelmatig gaat draaien. [Goebbels vindt het niks en verbiedt het, maar Rommel is een fan en dwingt zijn verbod terug te draaien] Opvallend genoeg zoeken ook de geallieerde soldaten de zender om tien uur op om Lale Andersen te horen zingen over dat meisje dat maar wacht onder die lantaarnpaal. Aanvankelijk is de geallieerde legerleiding daar absoluut niet van gecharmeerd, maar al snel komt er een Engelstalige versie van het lied. [...] Zo staat Marlene Dietrich in januari 1945 op een podium in Heerlen "Lili Marleen" te zingen. De Amerikaanse inlichtingendienst vraagt haar ondertussen ook een Duitstalige versie op te nemen. De rollen zijn inmiddels omgedraaid en een Duits verlies lijkt aanstaande, zo is de redenatie. Wellicht kan Dietrich met dit lied de weerstand verkleinen, die jongens willen meteen naar huis als ze haar horen zingen.
De Nieuw-Zeelandse filosofe Esther Harcourt promoveerde op de invloed van Bertold Brecht op Dylan en stelt dat Brecht de missing link is in de vaak gestelde vraag waarom Dylan de pure folkmuziek losliet. De meer persoonlijke, surreële stijl en de ironie zijn duidelijk Brecht.