Wat is dat dan voor zenuw?
Blokker: Die waarvan we altijd denken dat Nederlanders hem niet hebben. Namelijk een aanleg voor waanzinnige hysterie.
Hofland: Wij hebben een capaciteit tot razernij waar de rest van de wereld nog jaloers op kan zijn.
Als je in een park liep, stond er om de tien meter een bord: "Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen de eigenaar van dit park de schillen en de dozen". Er was nog een soort rare orde in dit land.
Mulisch: Iedereen had een ingebouwde politieagent.
Blokker: Precies.
Mulisch: En die is ontsnapt.
Hofland: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen, zei Marx ooit. Onze generatie heeft een zeer verse herinnering aan die ingebouwde agent.
Mulisch: Het doet me denken aan toen Klinkenberg een boek over Bernard geschreven had. Met beschuldigingen over een SS-lidmaatschap en weet ik wat. Bernhard vertelde mij - dus het is waar - (imiteert een Duits accent): "Ik heb de minister-president gebeld, en gevraagd: heeft u dat boek van Klinkenberg gelezen? Van Agt zei nee. Nu, als dat alles waar is, wat in dat boek staat, moet u mij morgen laten fusilleren. Toen zei Dries: laat ik dat maar niet doen, koninklijke hoogheid, want dan gaat iederéén dat boek lezen."
interviewer: Hoe bevalt u het vooruitzicht om binnen tien jaar te zijn vergeten?
Blokker: Dat is een gedachte waarmee ik totaal geen relatie heb.
Mulisch: Als je dood bent, ben je in elk geval vergeten door jezelf. Hoe de omstanders reageren, dat zullen we nooit weten.
Hofland: Vrienden zijn eerder gestorven. het was niet zo slecht geweest als we hadden geruild. De onzin die je overkomt in de rest van je leven. Die weige Wiederkehr van alles, hebben jullie daar ook zo'n last van? Ik kom net terug uit Griekenland, vier weken een totaal andere omgeving en ik denk: verdomme de Amsterdamse tram en de gevels. Ze stáán er nog. het hangt me zo de kéél uit.
Hofland haalt adem, peinst anderhalve seconde en steekt van wal met een prettig klare samenvatting van een halve eeuw geschiedenis. 'Kijk: de Koude Oorlog was een goed geordend tijdvak. Twee wereldmachten die elkaar met de atoombom bedreigden en niet zo gek waren om die ook te gebruiken. Aan de zijlijn voerden ze een paar vergissingsoorlogen: Rusland in Afghanistan en Amerika in Vietnam. Voor de rest: de bondgenoten hielden zich rustig, iedereen wist zijn plaats. Het was in zekere mate een klassenmaatschappij en het was in zeker mate een verzorgingsstaat; het was werkelijk heel goed geordend. Goed, toen is de Muur gevallen en de wanorde begonnen. Eerst hebben we die illusie van eeuwigdurende zich alsmaar vergrotende welvaart gekregen, van de nieuwe economie, toen is de zeepbel van internet geploft, toen hebben we 9/11 gekregen, en daarna zijn we toch, globaal de kluts kwijtgeraakt. Een van de hoofdoorzaken daarvan is George W. Bush, met zijn grootheidswaanzin!'
Hofland: Eigenaardig, eigenaardig. Ik hoorde dat hij toen doodziek was en ik belde hem op. "Kousbroek," Ik zeg: "Rudy, ik hoor dat je ziek bent." Hij antwoordt: "Je wéét dat wij ruzie hebben. Courage!" En hij hing op Nou ja."
Een columnist die het moeilijk vindt om aan een onderwerp te komen, kan het bijltje er beter snel bij neerleggen. De onderwerpen staan bij mij meestal in de rij. Bij De Groene overleg ik eerst met hoofdredacteur Xandra Schutte waar ik over zal schrijven, bij de NRC pleur ik het er zo in.
Je kunt deze tijd niet met vroeger vergelijken. De crisis van de jaren dertig was anders. Het proletariaat van toen is in consumentisme ten onder gegaan. Consumentisme en rancune, dat tekent onze tijd. Het nieuwe digitale lompenproletariaat koestert zijn wrok. We zijn boos, schrijven ze. Met vijftien uitroeptekens.