Friday, 19 November 2010

Noord Nederlands Toneel speelt "Alice In Wonderland"

stadsschouwburg Amsterdam, 2010

Bijzonder. Overweldigend. Rauw. Explosief. Diepgravend.

En aan het einde is het hele decor ingestort, en zo hoort het ook.

Fantastisch. Zou het zo opnieuw willen zien. Alice in Wonderland, de droom is een nachtmerrie. De nachtmerrie onze samenleving. Elementen van de Friedzl-horrorstory.

En Ko van den Bosch' onnavolgbare teksten, woordjongleren...

De Rokende Rups

Ze willen ons verzuipen hier, Alice.
Het zijn de vreemdelingen.
Ze stoken de kacheltjes op,
zodat de ijsberen smelten.
En als de ijsberen gesmolten zijn,
gaan ze de Polen kappen,
omdat ze allemaal zwart werken
en er steeds meer nacht wordt aangemaakt.
De regenwouden zorgen voor nog meer water.
Alice, je ziet toch wat er gebeurt?
Het water stijg en wij zakken weg.
Ze staan te pissen tegen onze dijken
en stelen het zand van onze stranden weg.
En de tijd met haar gaten in haar hand
probeert dat zand wel aan te vullen,
maar voordat we hebben kunnen lezen
wat ze aan de zijkant van het zand van de tijd heeft gegraveerd
Is het nou God is onthutst?, of
God is goedgemutst,
is het al onder onze poten vandaan gejat.
Het zand wandelt weg
en het land gaat hardhollend achteruit.
De hHartenkoningin probeert de gaten
te dichten maar het rijmt niet meer.
En daarom moet ze steeds grovere 
stijlmiddelen gebruiken.
Ik zou graag een volkslief zingen,
maar de medeklinkers zijn gestolen
en het Babelstamelen is begonnen.