Wakker. In een bed vol slaap.
Waarin ik gedachten wegwoel, zoals ik vroeger
in zee een gat wilde scheppen. Met meisjeshanden
en vrouwendenken: misschien weer niet genoeg
mijn best gedaan.
Of vermoeden dat ik camembert ben. Zachtrond
en melkwit op temperatuur lig te komen tussen de
lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.
Honger krijgen van de metafoor en dan
de koelkast leegroven.
Het zó graag willen grijpen, woorden voor wat
niet wil gaan slapen. Woorden voor het oude gat
in het water waarin ik nooit kon verdwijnen.
Naast mij een gedicht in diepe rust,
begint zachtjes te snurken.