Friday, 28 February 2014

Tom Lanoye - "Sprakeloos"

Verbijsterend mooie zinnen. Tranen van woorden, juichels van zinnen.

"Ik kan me zulke gebeurtenissen niet alleen voor de geest halen, ik kan ze ook beschrijven. Ik kan ze opdissen aan feesttafels. Ik kan ze neertikken in woorden zoals deze, en deze, en deze ook. En u, lezer, kunt ze lezen. Zoals ze ooit op mijn scherm verschenen, hier en nu, zo leest u ze op deze pagina, op dit moment, uw 'nu'. Vlotjes en vanzelf, ogenschijnlijk volautomatisch. Toch is er maar één bloedklonter nodig, kleiner dan een luis, die via uw bloedbaan naar uw hersenen schiet en daar uw spraakcentrum blokkeert en af doet sterven - een paar minuten volstaan - en u raakt de draad voor altijd kwijt. Eén minuscuul kloddertje, en deze woorden veranderen vóór uw ogen in een beledigend spijkerschrift, een slagveld van onontcijferbare krassen. En één kloddertje bij mij, en ik weet niet meer waarvoor het klavier dient dat rust onder mijn vingers. Dat scherm daar? Ik zou ernaar staren en me afvragen wie die tekst geschreven heeft, en waarom het zo nodig moest in cyrillisch aandoende schrammen.
Hanepoten. Runenkerven.
Elk één kloddertje, en we zijn voorgoed vervreemd.
Van alles afgesloten wat te maken heeft met taal."

Adembenemend. De tweede in wat mijn lezen van trilogie van autobiografieën lijkt te worden. Een woordenschat en rijkdom aan taal, je wordt er stil van.

"In de boedel van haar lichaam, dat het mijne heeft gevormd, primeerden de kuch en de kwakkel."