Thursday, 5 December 2013

Maurice Blanchot - "De stem en het schrift"

De narratieve stem ('hij/het' ofwel het neutrum)

"het dagelijkse [...] datgene wat gebeurt als er niets gebeurt"

het vertellende 'hij' stoot elk subject van zijn troon, en ontkracht elke overgankelijke handeling of elk objectieve mogelijkheid. Dit op twee manieren: 1) het verhaal geeft ons altijd het voorgevoel dat datgene wat verteld wordt, door niemand verteld wordt: het spreekt in het neutrum ('hij/het') 2) in de neutrale ruime van het verhaal komend e sprekers, de handelende subjecten - die vroeger voor personages doorgingen - in een verhouding van niet-identificatie met zichzelf terecht: iets overkomt hen, maar ze kunnen het alleen maar vatten door zich te ontdoen van hun macht om 'ik' te zeggen, en wat hun overkomt is hun altijd reeds overkomen: ze kunnen er alleen maar indirect over spreken, alsof ze zichzelf hebben vergeten. Die vergetelheid leidt ze binnen in een onheuglijk tegenwoordige tijd, de tijd van het vertellende spreken.

het verhaal zelf, los van zijn inhoud, is vergetelheid, zodat vertellen wordt: die eerste vergetelheid ervaren, die aan alle herinnering voorafgaat, haar fundeert en tegelijkertijd ruineert. In die zin in vertellen de kwelling van de taal, het onaflatende zoeken naar de oneindigheid van taal.

Marguerite Duras - mot-absence
een leemte-woord, met een gat in het midden, dat gat waarin alle andere woorden begraven hadden moeten worden.

Atheïsme en schriftuur. Humanisme als schreeuw.

Michel Foucault: 'Het is dan ook een troost en een hele geruststelling om te bedenkn dat de mens slechts een recente uitvinding is, een kleine plooi in onze kennis, en dat hij weer zal verdwijnen zodra die kennis een nieuwe vorm zal hebben ontdekt.'

Wie aan de mens raakt, raakt aan God.

... is het een klare zaak dat de mens niets zou weten, indien hij niet aan zijn einde zou komen, indien hij niet een verhouding tot zijn eigen einde en daardoor een verhouding tot de negatie zou zijn. De mens zou dan onbekend zijn met het vermogen te negeren, dat de grondslag is voor elk mogelijk weten. Juist omdat de mens sterft, komt hij tot kennis; ook het meest alledaagse, alsoook het meest positieve spreken [parole] praat slechts omdat de dood erin praat, de dood die dat wat is negeert, en in deze negatie de arbeid van het begrip [travail u concept] voorbereidt.

verlangende intentie: als een soort proces dat nadrukkelijk ongedacht blijft en onbewust. Deze en andere averechtse analyses van de fenoenologie transformeren en verdraaien haar, maar wat daaraan te doen? Ze zijn van nu af aan werkzaam, en ze zijn niet zonder belang.