In ‘De geheime geschiedenis van Costaguano’, uw tweede roman, speelt de Pools-Britse schrijver Joseph Conrad een grote rol.
,,Ja, zijn invloed strekt zich uit over alles wat ik schrijf. Van hem heb ik geleerd wat je in een roman allemaal kan. Een romanschrijver moet de duistere plekken opzoeken, in de wereld, maar ook in de mensheid, en daar vervolgens zo nauwgezet mogelijk verslag van doen.’’
[...]
„Zeker, maar er is wel een verschil met de positie van de schrijver hier [Europa] en in Zuid-Amerika. Schrijvers worden daar nog altijd gezien als mensen die ertoe doen. Misschien is dat lang niet altijd terecht, maar belangrijk is dat de woorden van schrijvers en intellectuelen daar nog serieus worden genomen. Ze maken mensen kwaad, men vreest ze. Vargas Llosa heeft onlangs nog Hugo Chavez uitgedaagd met hem te debatteren. Chavez ging die uitdaging niet aan. Hij durfde niet.’’
Een geschiedenis die zichzelf als de enige ware ziet, baart dictaturen.
[NRC, 2010-11-27]