Hij giebelt, hij giechelt tot het bijna irriteert. Maar zo vol plezier, zo oprecht dat ik het hem een minuut later alweer vergeven heb. Wat Hugo Camps ervan vindt, weet ik nog niet helemaal.
Boeken zijn alles. Boeken is het leven. Boeken herinneren is herinneren waar je ze las. Op de heide, terwijl het regende, onder een halfbakken paraplu, wachtend op een verpleegster uit Zonneschild (ik was meer verliefd op haar dan zij op mij).
"De uitgever is altijd een beetje hoerig. Ja, je hoort me goed. Hoerig."
Henry Bireau, een man die zo dik was dat hij bijna 3 stoelen nodig had om op te zitten. Een beruchte roddel- en riooljournalist uit Parijs. Fout in de oorlog (stukken tegen de Engelsen.) Onbeschrijfelijk mooi boek over de laatste week van Robespierre.
Tomas Mann: de Toverberg. Dat beschrijft "het leven".
Na een gloedvolle lofzang van Martin Ros op de Surinaamse vrouw, haar zelfstandigheid, haar levensvreugde en kracht, merkt Hugo Camps droog op; "zullen we het libido weer even in het geestelijke trekken?"
Er wordt gepraat over Simon Vestdijk, waar Martin Ros een groot bewonderaar van is; "het ja en nee tegelijk zeggen in één zin, de beeldspraak. De combinatie van ratio en passie, dat kent men tegenwoordig niet meer. Jongeren kunnen dat niet lezen, die roepen na een paar bladzijdes; wat wíl die man? Terwijl in de Vestdijk Kring waar ik in zit, daar zitten allemaal dames van 40 en 50 in. Je weet wel, met zo'n boodschappenkarretje. Die hebben ook geen erudiete opleiding genoten, en die kunnen hem ook lezen!"
Hugo Claus wordt aangehaald, zijn opmerking dat hij veel banger is voor de ontschrijving dan de ontlezing. Martin Ros stemt volmondig in.
Zingt het Haïtiaanse volkslied (gebaseerd op de Marseleisse). De eerste en enige gelukte slaven- (neger-)opstand.