Thursday, 10 September 2009

M. Vasalis - ("ik droom steeds vaker in mijn dromen")

Ik droom steeds vaker in mijn dromen 
een barre grond, groot en verlaten, 
gegolfd, versteend, verwonderlijk geplooid, 
met kromme, bladerloze, grote bomen, 
als een van te nabij gezien en oud gelaat, 
en voel mij thuis – te dicht bij huis – gekomen. 
Te sterk, te naakt, te vroeg berooid. 
Daar is geen rust, gewen dood, al bloeit geen blad, 
al is het stil – geen vogelstemmen... 
De stilte en rust zijn schijn: 
het hart van een cycloon, 
al klopt het niet, een niet te temmen 
kracht schijnt alles bij elkaar te klemmen. 
Zo is het land, waarin ik woon. 

O tovenaar, o kracht, waar zijn de vogels toch gebleven, 
de kleine, warme, met hun ritselende veren, 
die zich van takjes stortten met een dikke keel; 
de twijgjes die zich verende herstelden 
van ’t licht gewicht, dat het zo sierelijk verliet? 
Het waren toch zo vele 
Wanneer ik sterven moet, wil ik bij kleine vogels sterven 
en water horen en de oortjes van het gras 
zien spitsen en de losse aarde voelen.